Zeer geslaagde lezing van emeritus-pastoor Cor Mennen

Op woensdag 8 april 2026 gaf de Hoogeerwaarde Heer Cor Mennen op uitnodiging van Studievereniging Ad Interim een lezing over eenheid en pluriformiteit in de Kerk van vandaag. Hierbij waren ongeveer dertig personen aanwezig, waaronder zowel theologiestudenten als anderen. Verreweg de meeste deelnemers waren jongeren.

Foto door A. Heida.

De heer Mennen zei aan het begin van de lezing dat hij weinig bijval krijgt van zijn generatiegenoten en dat hij blij is dat de jongere generatie wel graag naar hem luistert. “Mensen van mijn generatie, de “Boomers”, hebben een klap van de molenwiek gehad”, zei de heer Mennen, die de deelnemers op zijn hand had, “maar ik heb gelukkig op tijd gebukt”.

Van de jaren ’60 tot en met de jaren ’80 hebben er grote veranderingen plaatsgevonden, aldus Mennen, en niet altijd goede veranderingen. Volgens hem zijn die veranderingen het meest duidelijk te zien geweest in de liturgie. Zo werd er in 1969 een nieuw missaal gepubliceerd (het Missaal van Paulus VI), maar kwam er pas tien jaar later een Nederlandse vertaling. Als gevolg daarvan maakten veel Nederlandse priester zelf vertalingen en gingen sommigen zo ver dat ze op hele andere, ongeoorloofde manieren de mis opdroegen, dikwijls ongeldig door het ontbreken van de instellingswoorden. De heer Mennen gebruikte in deze tijd zelf een Vlaamse vertaling van het Missaal. De Kerk verkeerde in die tijd in een crisis, en doet dat nog steeds, aldus Mennen.

Foto door B.C. Engel.

De heer Mennen vergeleek de huidige crisis van de Kerk met het arianisme in de vierde eeuw: “Toen had je de arianen, de orthodoxen en zij die een compromis wilden sluiten; nu heb je de modernisten, de orthodoxen en zij die een soort middenweg willen zoeken”. De heer Mennen constateerde dat de modernisten vaak “de geest van het Concilie” aanhalen om hun ideeën te verantwoorden. Zo waren er liturgiehervormingen, die geenszins gebaseerd zijn op de wensen van het Tweede Vaticaans Concilie: “De conciliedocumenten schrijven helemaal niet voor dat de priester richting het volk gekeerd moet staan”. De orthodoxen zijn de gelovigen die zich tegen deze tendensen verzetten en vinden dat de kerkelijke leer niet zou moeten veranderen, omdat ze de Traditie belangrijk vinden. Tot de orthodoxe bewegingen rekende de heer Mennen een aantal bestaande en nieuwe bewegingen, waaronder zowel meer traditionele, als meer charismatische, zoals de gemeenschap Emmanuel, welke stijl niet die van de heer Mennen is. Tot het modernisme rekende de heer Mennen de Synodale Weg van (de meerderheid van) de Duitse Bisschoppenconferentie. Mennen benoemde ook dat er vaak een tweesplitsing optrad in de Nederlandse Kerk. Zo, vertelde Mennen, had je in bisdom Roermond ten tijde van Mgr. Gijssen voor of tegen hem moest zijn. Mennen zei: “Ik kwam eens bij mensen thuis langs, en voordat ik binnen werd gelaten werd mij al gevraagd of ik voor of tegen Gijssen was.”. Daarnaast plaatste de heer Mennen vraagtekens bij de synodale methode van paus Franciscus: “Het kan toch niet zo zijn dat als je tien minuten stil bent, de Heilige Geest zegt dat vrouwen gewijd moeten worden, terwijl diezelfde Geest altijd heeft gezegd dat dat niet kan?”.

In antwoord op de vraag of er niet een gezonde balans moest zijn tussen het verkondigen van de Waarheid en het voorkomen dat mensen zich buitengesloten zouden voelen, antwoordde de heer Mennen dat deze balans er zeker moest zijn en dat we een zekere hardheid moesten voorkomen, maar dat er geen onwaarheid verkondigd zou mogen worden in de naam van “eenheid”. De heer Mennen sloot af met een tip voor de seminaristen in de zaal: “Zorg dat je een goede gemeenschap om je heen hebt op weg naar het priesterschap, zoals bij bijvoorbeeld de Communauté Saint-Martin in Évron (Frankrijk) het geval is”.

Na de vragenronde werd er een kleine borrel georganiseerd. Dit werd door de aanwezigen als positief ervaren.

Volgende
Volgende

Lezing door kardinaal Eijk over de biecht