Van Augustinus tot Ariëns: introductie door katholiek Utrecht
Op vrijdag 4 september organiseerde Studievereniging Ad Interim haar eigen introductiedag voor nieuwe en bestaande studenten van de Tilburg School of Catholic Theology (TST). De dag begon met het Heilig Misoffer in de Sint-Augustinuskerk aan de Oudegracht, waarna de deelnemers tijdens een theologische stadswandeling kennismaakten met verschillende plaatsen die van grote betekenis zijn of zijn geweest voor de Katholieke Kerk in Utrecht. Het programma werd afgesloten met een gezamenlijke lunch in het Ariënsinstituut.
De H. Mis in de Sint-Augustinuskerk in Utrecht. Foto door O.A. van Albada.
Hoofdcelebrant tijdens de Heilige Mis was de eerwaarde pater dr. W.J. Biemans SJ, studentpastor van de Tilburg School of Catholic Theology. De eerwaarde priester mr. dr. M.S. Pouw, priester van de Prelatuur van het Opus Dei en verbonden aan studentenhuis Huis Lepelenburg in Utrecht, concelebreerde. Vice-Praeses T.O.G. van Assen, seminarist van het Aartsbisdom Utrecht, verzorgde als cantor de zang.
De katholieke sporen van Utrecht
Na de Heilige Mis begon de theologische stadswandeling. De wandeling voerde de studenten van de Sint-Augustinuskerk via het Domplein, de Sint-Catharinakathedraal en Museum Catharijneconvent naar het Paushuize. Vervolgens ging de route via het Aartsbisschoppelijk Paleis en Huis Lepelenburg naar de Sint-Willibrordkerk en uiteindelijk het Ariënsinstituut.
Tijdens de wandeling werd niet alleen stilgestaan bij de gebouwen zelf, maar vooral bij de grotere kerk- en theologiehistorische ontwikkelingen waarvan zij getuigen. Zo kwamen onder meer de katholieke aanwezigheid in Utrecht na de Reformatie, de katholieke emancipatie in de negentiende eeuw, het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853, de verhouding tussen theologie en kerkbestuur en de ontwikkeling van de priesteropleiding in Nederland aan bod.
De eerwaarde heer Pouw nam het grootste deel van de rondleiding langs de verschillende locaties voor zijn rekening.
De E.H. Pouw (Opus Dei) wijst de plaats aan waar de H. Willibrord de Kerk van Utrecht begon. Rechts bestuurslid B.C. Engel. Foto door T.O.G. van Assen.
De Sint-Catharinakathedraal en het verdwenen neogotische interieur
Bij de Sint-Catharinakathedraal werd onder meer stilgestaan bij het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 en bij de betekenis van de kathedraal als zetel van de Aartsbisschop van Utrecht.
Ook het interieur van de kerk kreeg bijzondere aandacht. In de tweede helft van de negentiende eeuw werd de kathedraal rijk in neogotische stijl ingericht. Vanaf 1955 werd echter een groot deel van deze inrichting tijdens een ingrijpende restauratie verwijderd, onder luid protest van de gelovigen. Daarbij werd niet eenvoudigweg een latere afwerking weggehaald, maar werd op verschillende plaatsen daadwerkelijk materiaal van de wanden verwijderd om een vermeend ouder karakter van de kerk te reconstrueren.
Tijdens de wandeling werd erop gewezen dat er tegenwoordig in verschillende kerken opnieuw belangstelling bestaat voor het herstellen van verdwenen neogotische interieurs. In sommige gevallen kan bijvoorbeeld een later aangebrachte pleisterlaag weer worden verwijderd om oudere decoraties zichtbaar te maken. In de Sint-Catharinakathedraal is dat aanzienlijk moeilijker: juist door de grondigheid waarmee het negentiende-eeuwse interieur in de twintigste eeuw is verwijderd, zou een werkelijk herstel daar een bijzonder complexe en kostbare opgave zijn.
De Sint-Catharinakathedraal. Foto door T.O.G. van Assen.
Sint-Willibrordkerk
In de Sint-Willibrordkerk werden de deelnemers ontvangen door broeder Henk Scholte, vrijwilliger en organist van de kerk. Hij vertelde uitvoerig en enthousiast over de geschiedenis en architectuur van het kerkgebouw.
De binnenplaats van het Catharijneconvent. Foto door T.O.G. van Assen.
De neogotische kerk werd in 1876-1877 gebouwd naar ontwerp van architect Alfred Tepe en vormt een belangrijk voorbeeld van de katholieke culturele herleving in de negentiende eeuw. Scholte stond eveneens stil bij het behoud van de kerk nadat deze in 1967 werd gesloten en bij de bijzondere rol van pater Winand Kotte A.A., die vanaf de jaren zeventig een drijvende kracht was achter het opnieuw gebruiken en uiteindelijk restaureren van het kerkgebouw. De jarenlange restauratie leidde in 2005 tot de heropening van de kerk.
Scholte wees de studenten ook op de bijzondere verhoudingen van het kerkgebouw. Omdat op deze plaats geen kerktoren kon worden gebouwd, koos men ervoor de kerk zelf hoger op te trekken dan gebruikelijk. Daardoor kreeg het kerkschip een uitzonderlijke hoogte, die sterk bijdraagt aan de ruimtelijke werking en de akoestiek van het gebouw.
De kapel van Huis Lepelenburg. Foto door T.O.G. van Assen.
Om die akoestiek niet alleen uit te leggen maar ook daadwerkelijk hoorbaar te maken, nam Scholte vervolgens plaats achter het orgel. Met een kort orgelspel liet hij de deelnemers ervaren hoe de hoogte en architectuur van de kerk doorwerken in de klank. Daarmee werd op een heel directe manier duidelijk hoe architectuur, liturgie en muziek in een kerkgebouw op elkaar kunnen ingrijpen.
Van hoogheemraadschap naar priesteropleiding
De laatste halte van de wandeling was het Ariënsinstituut. Daar gaf Praeses K.G. Jumelet een uitgebreide toelichting op de geschiedenis van het gebouw en de ontwikkeling van de priesteropleiding in Nederland.
Het huis aan de Keistraat kent een geschiedenis die teruggaat tot 1664, toen het als particulier woonhuis werd gebouwd binnen de voormalige immuniteit van de Pieterskerk. Vanaf 1892 kwam het in gebruik bij het Hoogheemraadschap Lekdijk Bovendams. In deze periode werd op de begane grond de monumentale bestuurs- en vergaderzaal ingericht, de huidige Ariënszaal.
Jumelet lichtte onder meer toe waarom in de zaal een voorstelling van keizer Karel V en het wapen van de Utrechtse bisschop Jan van Diest te zien zijn. Van Diest richtte in 1323 het Hoogheemraadschap Lekdijk Bovendams op, terwijl Karel V in 1537 met een nieuwe dijkbrief de organisatie ervan verder professionaliseerde. Rond deze afbeeldingen bevinden zich de wapenschilden van bestuurders van het hoogheemraadschap.
Vanaf 1970 kreeg het gebouw een religieuze bestemming, toen de Zusters van de Eeuwigdurende Aanbidding er tijdelijk hun intrek namen. De voormalige vergaderzaal werd daarbij als kapel gebruikt.
Broeder H. Scholte in de Sint-Willibrordkerk. Foto door B.C. Engel.
Van grootseminarie naar Ariënsinstituut
Aansluitend stond Jumelet stil bij de ingrijpende veranderingen in de Nederlandse priesteropleiding gedurende de twintigste eeuw. Tot in de jaren zestig kende het Aartsbisdom Utrecht een klassiek seminariemodel met het Philosophicum Dijnselburg en het Theologicum Rijsenburg. Met de sluiting van het grootseminarie in 1968 en de opkomst van theologische hogescholen veranderde zowel de academische opleiding als de vorming van clerici ingrijpend.
Bisschop Gijsen van Roermond richtte in 1973 het seminarie Rolduc op. In Utrecht koos kardinaal Willebrands enkele jaren later voor een ander model, waarin de academische theologische opleiding en de priesterlijke vorming bewust van elkaar onderscheiden maar wel met elkaar verbonden bleven. In 1979 werd daarom het Ariënskonvikt opgericht onder leiding van de eerste rector, mgr. Piet Rentinck. Seminaristen volgden hun academische opleiding samen met andere theologiestudenten, terwijl zij in het convict gezamenlijk leefden en tot het priesterschap werden gevormd.
De lunch in de Ariënszaal van het Ariënsinstituut. Foto door Z.G. Wassink.
Na een periode van sterke groei liep het aantal seminaristen later opnieuw terug. In 2010 werd het convict gesloten. Vier jaar later kon het huis, na een sterk verbeterde financiële situatie van het Aartsbisdom, opnieuw voor seminaristen worden geopend onder de naam Ariënsinstituut. Jumelet wees daarbij ook op de hernieuwde belangstelling onder jonge mannen voor het priesterschap en de betekenis die een eigen vormingshuis ook in de huidige tijd kan hebben.
Ontmoeting aan het begin van het academisch jaar
Na afloop van de stadswandeling werd in het Ariënsinstituut gezamenlijk geluncht. In een ontspannen sfeer konden nieuwe en reeds langer studerende theologiestudenten verder met elkaar kennismaken.
De introductie vond plaats enkele dagen voordat de colleges van het nieuwe academisch jaar beginnen en bood de studenten daarmee niet alleen een eerste kennismaking met elkaar en met Studievereniging Ad Interim, maar ook met de lange katholieke en theologische geschiedenis van de stad waarin een groot deel van hun studie plaatsvindt.
De Vice-Praeses bedient de deelnemers. Foto door Z.G. Wassink.
Voor de stadswandeling stelde Studievereniging Ad Interim een eigen wandelgids samen. Daarin wordt uitgebreider ingegaan op de geschiedenis en theologische betekenis van de bezochte locaties. Tijdens de wandeling is wegens de beschikbare tijd slechts een selectie van het daarin opgenomen materiaal behandeld.
Het bestuur bedankt de celebranten, de gidsen, de vrijwilligers van de Sint-Augustinuskerk en de Sint-Willibrordkerk en de vrijwilligers die zich achter de schermen hebben ingezet om de Heilige Mis, de wandeling en de lunch mogelijk te maken.

